Je personage ontstaat niet alleen in je fantasie, maar ook tijdens het maken zelf
Ik schrijf regelmatig samen met mijn vriend en in één van die verhalen komt een meisje voor, Tiare. Ze is samen met een vosje op reis en ontmoet Hadie, een lief en eenzaam jongetje. Tussen die twee ontstaat een onverbreekbare vriendschap. Tiare heeft altijd een kristal bij zich. Het kan groter en kleiner worden, helpt haar als ze niet weet wat ze moet doen en soms praat ze ermee.
Op een dag tekende ik Tiare. Daar stond ze ineens, met haar vosje en haar kristal. Dat is een wonderlijk moment, als een personage in een verhaal is ontstaan, en dan ook nog getekend op het papier verschijnt. Haar lichtheid en vindingrijkheid, haar geduld en de onvoorwaardelijke liefde van het kristal… Het zat op de een of andere manier allemaal in die tekening.
Hoe kan dat eigenlijk?
Natuurlijk had ik me tijdens het schrijven en tekenen in haar ingeleefd. Tiare vertegenwoordigt dingen die ik herken uit mijn eigen leven, maar die tegelijkertijd universeel zijn. Het verlangen om ergens thuis te zijn bijvoorbeeld, om verbonden te zijn met anderen, en om met alles wat je in je hebt iets te kunnen betekenen.
Maar daarmee is nog niet verklaard hoe dat allemaal in een paar lijnen en kleuren terechtkomt! Of waarom ik het erin zie.
Dat vind ik één van de grootste mysteries van tekenen en schrijven. Creëren is niet alleen iets maken, maar ook iets ontvangen.
Je begint met een leeg vel papier, je zet een paar lijnen, kiest een kleur, je krijgt een impuls om iets te veranderen of toe te voegen, en langzaam verschijnt er iemand. Je weet eigenlijk nooit precies van tevoren hoe je personage gaat worden. Je tekening en je verhaal praten als het ware terug. Een lijn pakt anders uit dan je had gedacht en daar reageer je weer op. Bij schrijven is het net zo: je fantasie laat iets zien, je zoekt er woorden bij en ineens weet je bijvoorbeeld wat een personage gaat doen.
Een voortdurend samenspel dus, tussen wat je voor ogen hebt, wat je handen doen, wat het materiaal je laat zien en waar je woorden je brengen. Er ontstaat iets wat je niet helemaal zelf hebt bedacht. Gelukkig maar, want als je van tevoren al precies zou weten wat eruit kwam, was er niet meer zoveel te ontdekken.
Een meisje op een trap
Zo ging het ook met Ziza. Een paar jaar geleden begon ik aan een verhaal over een meisje. Dit was het eerste stukje:
“In het kasteel van de Koning was het chaos. Overal renden bedienden rond en er klonk getimmer en gezaag. De Koning en zijn partner Isabella gaven hier en daar een bevel waardoor iets langer duurde en hielpen hier en daar een handje waardoor er iets over moest.
In al die onrust zat een meisje op de grote wenteltrap in de hal. Ze tekende poppetjes in haar adem op een spiegelende tegel in de trapwand, wat absoluut niet mocht want dan liet je vette vingers achter. Maar dat kon haar niet schelen. Niemand lette op haar. Iedereen was druk met die stomme tweeling.”
Ik had mezelf een vraag gesteld die me bezighield: hoe kies je eigenlijk een richting in het leven, als er zoveel mogelijkheden zijn en je niet weet welke de beste is? Ik dacht dat ik daar misschien een klein verhaal over zou schrijven. En dat begon dus met een meisje dat op de trap van een paleis zat.
Meer wist ik eigenlijk nog niet. Maar ik begon te schrijven en gaandeweg ontstond er een wereld om haar heen. Een wereld waarin ‘het Lot’ en ‘de Lotsbrengers’ een belangrijke rol spelen en waarin Ziza moet ontdekken hoeveel ze eigenlijk zelf te zeggen heeft over haar leven. Ze leert te vertrouwen op wat er op haar pad komt, wat ze in het moment waarneemt en weet. Bovenstaande passage is al helemaal anders geworden, maar de essentie is hetzelfde: een koningsdochter temidden van de chaos rondom de komst van haar halfbroertjes – aan het begin van een reis die alles zal veranderen.
Inmiddels schrijf ik al een paar jaar aan dit verhaal. Ziza is een meisje geworden die echt voor mij ‘leeft’. Ze is moedig, maar ook bang. Ze kan eigenwijs zijn en soms behoorlijk onredelijk. Ze maakt fouten, schaamt zich, probeert dingen goed te maken en haar weg te vinden in een wereld waarin er veel van haar wordt verwacht.
En het gekke is dat ik haar nog steeds beter leer kennen. Dat vind ik het fascinerende van karakterontwikkeling: je begint met een personage en ontdekt gaandeweg wie het is. Ik leer van haar, terwijl ik haar creëer. Ze verandert, omdat ik zelf verander. Er komen nieuwe ervaringen bij, ik kijk anders tegen dingen aan en dat werkt door in haar verhaal. Zo is ze een beetje van mij, maar tegelijkertijd ook zichzelf. En inmiddels rent ze door haar eigen wereld, alsof ze er altijd al gewoond heeft:
‘Met al haar kracht duwde ze de zware houten deur naar de rotspaden open. Meteen schitterde het haar tegemoet: de ruimte, het licht, de zee. In de verte hoorde ze de golven breken op de rotsen. Dát was wat ze de hele dag had gemist! Het was hier gewoon, roepend: kom dan, Ziza! Ze rende de paden af, maar plotseling remde ze. Vis! Ze had vis nodig.’
Waarom geloven we in iemand die niet bestaat?
Ik denk dat een personage geloofwaardig wordt doordat we er iets menselijks in herkennen. Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat het personage realistisch is. Spider-Man kan tegen gebouwen opklimmen en Tiare kan met haar kristal praten, maar dat maakt ze niet minder geloofwaardig.
Spider-Man is mijn favoriete superheld, juist omdat hij zo kwetsbaar en menselijk is. Hij twijfelt, maakt fouten, ontdekt de donkere kanten in zichzelf. Hij is eigenlijk een heel gewone jongen die probeert het goede te doen. Dat vind ik interessant aan personages: mensen zijn niet rechtlijnig. We kunnen moedig en bang tegelijk zijn, liefdevol en jaloers, wijs en onverstandig. En vaak weten we zelf ook niet precies waarom we doen wat we doen.
Natuurlijk zijn er ook prachtige verhalen met rechtlijnige karakters die vooral één kant van het menszijn vertegenwoordigen. De held, de slechterik, de wijze oude vrouw. Maar zelf schrijf en teken ik het liefst personages die zowel licht als donker in zich hebben, en daar hun weg in proberen te vinden.
Ik denk ook dat ieder personage iets eigens in zich draagt. Een verlangen, een talent, iets wat het wil leren of ontdekken. En dat dat bijna altijd verbonden is met anderen. We zoeken tenslotte allemaal naar een manier om met onze eigenheid iets te geven, om ergens bij te horen, lief te hebben of van betekenis te zijn.
En hoe laat je zoiets eigenlijk zien in een tekening?
Bij het tekenen van personages probeer ik niet alleen een leuk uiterlijk te bedenken. Ik kijk ook naar houding, gezichtsuitdrukking en de manier waarop ze zich tot hun omgeving verhouden. Een kleine verandering in de stand van het hoofd of de blik kan al een heel ander karakter oproepen. Ik probeer in een spelende modus te komen, waarin ik niet te precies teken en ik verbind me met wat het karakter voelt, wil, beweegt – net alsof ik een acteur ben die zich inleeft in een rol. Dan gaat het soms ineens leven! In mijn lessen merk ik hoe verrassend het voor cursisten kan zijn wanneer een getekend figuurtje ineens een eigen persoonlijkheid krijgt.
Een eigen leven
Wat me misschien nog wel het meest ontroert, is dat een personage dat je zelf hebt verzonnen op een gegeven moment iets terug kan geven.
Ik denk bijvoorbeeld vaak aan Hamlet. Hij is ooit ontstaan in de verbeelding van Shakespeare, maar we kennen hem nu al meer dan vierhonderd jaar. Tienduizenden acteurs hebben hem gespeeld, ieder op hun eigen manier. En al die mensen die hem op het toneel hebben gezien of zijn verhaal hebben gelezen, hebben zich weer een eigen voorstelling van hem gemaakt. Een man die nooit werkelijk heeft bestaan, maar van wie we toch het gevoel kunnen hebben: ‘ik ken hem!’
Dat vind ik bijzonder. Tijdens mijn opleiding lang geleden aan de Tsjechov Theater Studio, waar we werkten met de acteertechniek van Michael Tsjechov, deden we veel oefeningen om onze fantasie te ontwikkelen. Eén van de dingen die ik daar leerde, was om een open vraag aan je verbeelding te stellen en vervolgens niet onmiddellijk naar een antwoord te zoeken. Soms hielp het om er gewoon een nachtje over te slapen.
Er kwamen dan beelden of ideeën naar boven waar je met logisch nadenken niet zo snel op was gekomen. Een beetje zoals in dromen, waarin de vreemdste dingen kunnen gebeuren die toch op een bepaalde manier heel waarachtig zijn.
Op die manier spelen met de eigen wijsheid van je fantasie: dat is leuk, en leerzaam! En misschien wel het mooiste van tekenen en schrijven. Je begint met een vaag beeld, een vraag, een gevoel of gewoon een meisje op een trap. Je geeft het aandacht, leeft je in, probeert iets uit en laat je verrassen.
En op een gegeven moment staat daar Tiare, met haar vosje en haar kristal. Of Ziza, die inmiddels allerlei dingen doet die ik nooit van tevoren had kunnen bedenken.
Dan is er iemand ontstaan die eerst niet bestond. Iemand die iets van jou in zich draagt, maar ook iets heel eigens heeft gekregen. Iets waar anderen weer iets nieuws in kunnen ontdekken, iets wat tegelijkertijd uniek en universeel is.
Een personage dat je zelf hebt gemaakt, maar dat je op de een of andere manier ook cadeau hebt gekregen!